Als Bee het maar leuk vindt
donderdag, mei 1st, 2008Ik denk niet dat er een dag in het jaar is dat er zoveel bier wordt omgezet in urine als op koninginnedag. Of koniginnedag zoals de echt Mokumer dat zegt. De hoofdstad wordt dan ook professioneel ondergezeken door zowel de mannelijke als de vrouwelijke bevolking (nou ja, eigenlijk vooral door de bezoekers van buiten de stad), die zo apelam zijn dat alle doordeweekse huisvrouwenschaamte als sneeuw voor de zon verdwijnt en er overal gehurkt wordt. Uit onderzoek blijkt dat vooral tussen geparkeerde auto’s een veelgekozen plaats is.
En geef ze eens ongelijk. Toilleten zijn een schaars goed als je je met een paar honderduizend mensen in de Jordaan bevindt en bovendien zodanig smerig dat je het plassen zo lang mogelijk uitsteld, met als gevolg dat aansluiten in de veel te lange rij gewoonweg niet meer kan en er naar elders moet worden uitgeweken.
Ik, helaas lang niet dronken genoeg om de sluitspieren en plein publiek te ontspannen, was verdoemd tot het opzoeken van een wc in de onderaardse gewelven van een groezelig cafe. Aldaar schemerde het mij voor de ogen van al het oranje. Zeker twintig lallende huismoeders voor me. Hell.
Ik was bijna aan de beurt toen de dame naast me kans zag tot een gesprek. ‘Hee, je hebt helemaal niets oranjes aan!’ kirde ze in mijn oor. Mijn gezicht verstrakte, mijn maag draaide zich om, maar met een ultieme krachtsinspanning wist ik een flauwe glimlach te voorschijn te halen en lauwtjes te wijzen op de zonnebril die aan mij kraag hing. Oranje. Of dit afdoende was, ik weet het niet, maar voor mij opende zich een toilet en ik dook naar binnen.
Eenmaal buiten liet ik mij weer verder hossen door de menigte, kijkend naar alle stalletjes van mensen die denken een slaatje te kunnen slaan uit andermans spendeerdrift. Zo ook een vriend van mij. Hij stond op een brug aan de Elandsgracht. Met zijn moeder, de lieverd, die komt elk jaar mee om hem te helpen, want hij is een koninginnedagveteraan. ‘Ooit wordt ie nog eens rijk’ vertrouwde zij mij toe terwijl ze hem, stralend van moederliefde aankeek, terwijl hij het spelletje nog eens uitlegde aan een ladderzatte toerist.
Want, ja, hij had een ‘spelletje bedacht’. Veel denkwerk kan het niet gekost hebben, want het ging als volgt: een dartbord met drie pijlen en een streep op de brug om van achter te gooien. Een vijfje in het midden van het dartbord. Inzet vijf euro, drie keer het vijfje raken is 12,50 euro. Maar, en nu komt ie, als je niet wint krijg je toch een biertje. Een goed koud biertje, ze lagen met honderden klaar in een winkelwagentje. Oftewel, want iedereen gooide natuurlijk mis, hij stond bier te verkopen voor vijf euro per blikje. Niemand die er erg in had. Sterker, iedereen was dolblij.
- ‘Ah, jammer, mis. Maar… alsjeblieft, je biertje.’
- ‘Lekker. Bier’
Uiteindelijk gooide er dan toch iemand raak, een Australier. ‘Maar’, zei die, ‘laat dat geld maar, geef me liever twee biertjes’. Het lijkt makkelijk geld verdienen, maar om eerlijk te zijn, je moet het maar kunnen: oud Hollandsch gezellig doen. Een hele dag lang.